PKN
Protestantse Gemeente Koudum
 
reisverslag familie Boomsma reisverslag familie Boomsma

Ons verblijf te Nes Ammim, sept. t/m december 2018

1 De reis

En toen was onze tijd in Koudum voorbij, volgde een verhuizing naar IJlst en een vliegreis naar Israël.

Veel heb ik niet gevlogen; een studiereis naar Israël in 1999 en een reis naar Nieuw-Zeeland in 2016. Dat was een lange, met tussenstop, wel zo’n 36 uur. En nu voor de derde keer de lucht in. Spannend is het altijd. Kom je op tijd op het vliegveld, en kom je op tijd in het vliegtuig? Je moet dus altijd op tijd vertrekken, met een ruime marge, met het risico dat je veel te vroeg komt en lang moet wachten, waardoor je de tijd vergeet en alsnog moet rennen om het vliegtuig te halen. Schiphol is een groot en druk vliegveld. Maar het meeste is er goed georganiseerd, en als je goed oplet kan er weinig misgaan.

We waren op tijd uit IJlst vertrokken (5.30 uur). Ons vliegtuig zou rond 11.30 uur opstijgen. Het was 13 september 2018. Om half negen stonden we in de grote hal van Schiphol. Met onze koffers en de handbagage. We vlogen met El-Al, de Israëlische vliegtuigmaatschappij. Veiligheid staat bij deze maatschappij voorop. We moesten dan ook bij de achterste balie inchecken. Gewapende marechaussees, en veel Israëlische beambten. We werden eerst grondig ondervraagd over ons reisdoel, de reden van onze reis, onze achtergrond, de bagage (hadden we zelf onze koffers ingepakt?) en de reis naar het vliegveld (waren we door mensen aangesproken, of hadden ze ons iets meegegeven?) Toen werden de koffers en de handbagage gelabeld en kregen we onze boarding pass.

Met onze eigen auto waren we naar Schiphol gereden. Onze kinderen zouden deze voor de tijd dat we in Israël waren gebruiken, en dus meldde dochter Maaike zich om de auto mee te nemen. Het werd tijd voor een kopje koffie met wat lekkers. Eenmaal in gesprek vliegt de tijd en was het ineens bijna 11.00 uur. Een laatste kus, opgestoken handen, daar gingen we, op zoek naar de plaats waar we door de douane moesten en de gate waar ons vliegtuig stond. Ineens moesten we hard. Vragen en op goed geluk verder gaan. Daar was de douane. Alles van metaal of waar metaal aan zat, moest apart gelegd. Zelf moesten we ons paspoort scannen en door een scanpoortje. Daarna weer alles bij elkaar zoeken en op weg naar de gate. Maar waar moesten we zijn? Hadden we niet goed opgelet? Ons niet goed voorbereid? Daar zagen we een El-Al vliegtuig aan een slurf. Met  spoed begaven we ons op weg. We hadden nog tien minuten. Gelukkig zijn er op Schiphol lopende banden, waarop je kunt gaan staan en als je dan gaat lopen, twee keer zo snel vooruit komt. In de wachtruimte voor het vliegtuig zaten al veel mensen. Voorin was beweging en wij sloten ons aan. De slurf in, cabinepersoneel bij de ingang, en toen stapten we het vliegtuig binnen. Via de ruime ‘business class’ kwamen we in de ‘economy class’. We vonden onze stoelen, deden de handbagage in de ruimte boven de zitplaatsen en zouden plaatsnemen. We zaten in de middenrij, met drie stoelen naast elkaar. Achter ons een man die er ook nog bij moest. Zijn stoel was precies aan de andere kant. Wij maakten ruimte in het nauwe gangpad en hij wurmde zich naar zijn plaats. Het vliegtuig vulde zich met mensen met meestal een Israëlisch voorkomen. De man naast ons was duidelijk een Europeaan. Hij bleek een Fries te zijn uit Drachten die een aantal weken vrijwilligerswerk ging doen in een verzorgingshuis  ten noorden van Tel Aviv. Hij deed dit wel vaker. Israël was voor hem het Beloofde Land van de Joden en hij voelde zich bevoorrecht daar ook iets voor de mensen te kunnen betekenen. Het was inmiddels twaalf uur geworden, toen het vliegtuig naar z’n baan taxiede en  met brullende motoren het luchtruim koos. Een spectaculair moment als je het land onder je weg ziet glijden en alles in sneltreinvaart kleiner wordt. Het was een mooie heldere en zonnige dag. Dag Nederland. Als we terugkomen zijn het de donkere dagen rond Kerst en Oud en Nieuw. Maar nu eerst de warmte tegemoet. Om het gewicht in de koffers niet te zwaar te laten worden had ik een  trui en dikke jas bij me gehouden.

Na een vlekkeloze reis met door de ruitjes alleen blauw en wolken werd het land weer zichtbaar, toen het vliegtuig de daling inzette. Een kustlijn, de contouren van Israël. Veel bebouwd land. Spannender nog dan het opstijgen is het landen. De vrije vogel hoog in de lucht wordt ineens weer een loodzware kist die in een razend tempo de aarde nadert. Een paar flinke schokken en daar rolt het gevaarte al over de landingsbaan. Applaus voor de bemanning die ons veilig heeft overgezet.

Iedereen zoekt z’n spullen bij elkaar en langzaam stroomt het vliegtuig leeg. Meebewegen met de stroom. Een groet voor de bemanning. De hitte bij het verlaten van het vliegtuig. De gang naar de douane. Israëliërs en ‘foreigners’, die worden gescheiden. Onze paspoorten die worden ingenomen. We hebben een visum nodig omdat we langere tijd in Israël zullen zijn en worden daarom verwezen naar een ruimte even verderop. Een vrouw in een rolstoel en nog enkele mensen. De vrouw in de rolstoel maakt zich bekend als een Amerikaanse die al zowat de hele dag in deze ruimte wacht om in Israël toegelaten te worden. Ze klaagt over de Israëlisch bureaucratie. We vrezen het ergste. Een nacht op het vliegveld? Ze wordt op een bepaald moment binnengeroepen en we zien haar in gesprek met een Israëlische beambte. Even later vertrekt ze; met onbekende bestemming. Wij worden binnen geroepen, krijgen onze paspoorten terug, waarin een biljet is geplakt en gaan richting de bagage-afhaal. De band met koffers draait z’n eeuwige rondjes en al snel vinden wij onze koffers. Dat dit niet voor iedereen geldt blijkt bij het loket van vermiste bagage, waar zich een lange rij mensen heeft verzameld. Her en der liggen koffers en bagagestukken verspreid door de ruimte. Hoe velen raken op vliegvelden hun bagage kwijt, of melden zich nooit meer om hun rechtmatige bezit op te halen? Met onze grote koffers en handbagage (jas, trui en lange broek aan!) zoeken we de uitgang. Een tropische hitte valt op ons.

We moeten nog een flinke reis maken om in Nes Ammim te komen. Er rijdt geen trein of bus rechtstreeks naar het noorden. Met een shuttlebus moeten we eerst naar het station van Tel Aviv. Vandaar kunnen we met de trein naar Naharia, en daarna met de taxi naar Nes Ammim. De bus waar we mee moeten blijkt helemaal aan het eind van een lang perron te staan. We haasten ons, bang dat de bus zonder ons vertrekt. Het zweer loopt in stroompjes langs onze lijven naar beneden. We bereiken de bus. Laden de bagage in en zoeken een plekje. De bus stroomt vol. Als hij helemaal gevuld is, vertrekt hij. Mensen achterlatend die er niet meer bij konden. Rond het station van Tel Aviv wordt gewerkt en is het een enorme verkeerschaos. Langzaam baant de bus zich een weg, en stopt zo’n 100 meter voor het station. De koffers moeten uitgeladen, en opnieuw volgt er een hete gang met onze bagage. Voor we het station in kunnen moeten we opnieuw door een poortje. Het kopen van een kaartje gaat niet van een leien dakje, maar het lukt ons toch twee tickets te bemachtigen. Dan door de toegangspootjes voor het perron en is het wachten op de trein. Na een minuut of tien schuift een lange rups langs de perronrand en komt tot stilstand. Deuren gaan open en mensen verdringen zich. Met onze zware koffers zoeken ook wij ons een weg en belanden in een van de portalen waar de coupés aan grenzen. Er staan al meerder grote koffers. Met die van ons worde de ruimte voor de helft gevuld. Gelukkig is er een zitplaats voor ons beiden vlak bij de deur. Passagiers zijn verdiept in hun schermpjes. Op mijn vraag (in het Engels) of dit de trein naar Naharia is wordt niet gereageerd. Het zal wel goed zijn. Anderhalf uur de tijd in een trein met airco om een beetje bij te komen en af te koelen. Het is inmiddels helemaal donker geworden. We glijden door een landschap met aan beide zijden veel lichten als we door de ramen kijken.

In Naharia moeten we eerst naar beneden, onder een spoor door, en dan weer omhoog, om bij de uitgang te komen. We gaan met een klein liftje naar beneden, dan een stuk lopen en dan weer met zo’n zelfde minilift naar boven. Snelle jongens achter ons hebben de trappen genomen, en zijn ons voorbij als we bij de tweede lift arriveren. We moeten wachten. Ook in Naharia is het drukkend warm. Gelukkig vinden we snel een taxi en dan racen we over de A4 naar de afslag Nes Ammim.  Om ons heen pinkelen overal lichtjes op heuvels waar dorpen moeten liggen. Dan rijden we door een hek, slaan na een honderdtal meters rechts af, rijden op een wit gebouw af, stoppen en stappen uit. Opnieuw bagage uitladen, betalen. Er staan twee personen die op ons afstappen. Ze stellen zich voor: Kees en Katja. Hij is Nederlander, zij Duitse. We werden verwacht. Nog even wat drinken in een soort kantine en dan naar ons verblijf. Een appartement met kamer/slaapkamer/keuken ineen, en een douche – en toiletruimte. Vermoeid maar voldaan zetten we ons op het bed en open onze koffers om ons klaar te maken voor de nacht. Het is inmiddels rond half twaalf ’s avonds. Dan blijkt de koffer van Annemarie (met cijferslot) met geen mogelijkheid te openen. Morgen dan maar. Eerst slapen. De ogen dicht, en weg…….


2 Nes Ammim

En toen waren we in Nes Ammim. Maar wat is dat eigenlijk?

Gek genoeg past Nes Ammim wonderwel in de wonderlijke staat waarin het ligt. Nes Ammim betekent ‘Teken voor de Volken’, naar woorden uit Jesaja 11 vers 10. Het is resultaat van bewogenheid met het lot van het Joodse volk in haar nieuwe leefomstandigheden, toevallige contacten en natuurlijk…… een wonder. 

Allereerst is daar het Nederlandse echtpaar Johan en Stijn Pilon. Christen en arts (Johan) van beroep. Wonend en werkend in de net ontstane staat Israël en enthousiast over de kibboetsvorm die in Israël was geïntroduceerd, droomden ze van een christelijke kibboets, om daarmee hun solidariteit met het Joodse volk tot uitdrukking te brengen. Als Europese burgers voelden ze zich verantwoordelijk voor de gruwelen van de holocaust. Solidair zijn met dit geteisterde volk zagen zij als een plicht van iedere Europese christen. Joodse en Zwitserse connecties maakten dat het ideaal kon worden waargemaakt. Al snel sloten ook Duitsers zich aan bij het project. Vandaag de dag zijn het met name de Nederlandse en Duitse relaties die Nes Ammim overeind houden.
Maar zoals ik schreef: dat Nes Ammim op deze plek in het westen van Galilea ontstond, heeft ook alles te maken met een ‘wonder’. Een familielid van de Druzensjeik Abdullah Khair genas na hulp van de Zwitserse arts Hans Bernath, collega en vriend van Johan Pilon, en bekend met diens ideeën over een Europese nederzetting in Israël. Uit dankbaarheid voor die genezing was de sjeik bereid een stuk grond voor dit doel te verkopen. Het ideaal kreeg een plek.

Nog diverse wonderen moesten er gebeuren vóór in 1963 de eerste bewoner zijn intrek op deze plek kon nemen. Zijn onderkomen was een Zwitserse bus uit Nazareth, omgebouwd tot woonverblijf. Een bouwvergunning liep door protesten van bewoners uit de omringende dorpen, (zij waren tegen de komst van christenen uit Europa!), vertraging op. De bus, met daarbij een museumpje wat de geschiedenis van Nes Ammim vertelt, is nu een zichtbaar monument van het geluk, de tegenslagen en het doorzettingsvermogen van de grondleggers van deze wonderlijke gemeenschap. In de eerste twintig jaar van haar bestaan was Nes Amim een echte Europese nederzetting in het Beloofde Land. Toen veranderden de tijden.
 
Nu is Nes Ammim nooit een echte kibboets geweest, al werd en wordt het zo vaak genoemd. Eerder was het een moshav, waar bewoners meer mogelijkheden van privébezit en een privéleven hebben dan in een kibboets. Het waren in die eerste twintig jaar vooral jonge echtparen die zich vaak voor meerdere jaren aan Nes Ammim verbonden. Er werden kinderen geboren die leefden te midden van hun Joodse en Arabische buren. Een ‘kinderenbos’, met bomen geplant voor ieder in Nes Ammim geboren kind is de stille getuige van deze Europese kolonie in het Joodse land. Op het hoogtepunt (eind jaren 70, begin jaren 80) leefden er zo’n 140 volwassenen en 60 kinderen in Nes Ammim. De kinderen gingen naar school in de nabijgelegen kibboets Regba. Maar waar de Israëli’s bleven, vertrokken de Europeanen allemaal na kortere of langere tijd. Israëli werden zij nooit. 
Het was de Palestijnse Intifada eind jaren 80 die de publieke opinie in de westerse wereld deed kantelen. De vanzelfsprekende sympathie voor de nieuwe Joodse natie, veranderde in een meer kritische houding. Twintig jaar bezetting van de westelijke Jordaanoever, leidden tot een opstand van de Palestijnen tegen de Israëlische bezetting. Met katapulten en hun blote handen streden Palestijnse jongeren tegen een leger, wat hen bestookte met traangas èn kogels. Er vielen doden. De beelden gingen de wereld over. Ook de  verhalen van de verdrijving van duizenden Palestijnen in 1948 kregen nu meer aandacht. Christenen in het westen hoorden van christen Palestijnen die leden onder het onbarmhartige regiem van de Israëlische bezetter. Ook de politiek van de Israëlische regering om overal in de bezette gebieden Joodse nederzettingen te stichten stuitte internationaal op steeds meer weerstand. Israël kreeg iets van een besmet land. Nieuwe vrijwilligers meldden zich nog maar mondjesmaat. Avocado’s en rozen, de economische basis van Nes Ammim, brachten niet meer voldoende op. Nes Ammim, gevormd naar haar oorspronkelijke ideaal van solidariteit met de nieuwe bewoners van een Joodse natie, liep op haar eind. 

Was Nes Ammim nog te redden? Met de bouw van een hotel werd geprobeerd een nieuwe economische basis te leggen. Om de kwaliteit, maar ook de continuïteit te vergroten werden daartoe Israëlische  professionals aangesteld. De vrijwilligers zijn nu voor een deel de goedkope arbeidskrachten van het hotel. Het zijn vandaag de dag vooral jongeren (18-25 jaar) die voor kortere of langere tijd naar Nes Ammim komen. 
Ook de enkele gedachte van solidariteit met het Joodse volk was niet meer genoeg. Nes Ammim moest op zoek naar een nieuw ideologisch fundament. In 2002 werd daartoe een nieuw statuut opgesteld waarin het stimuleren en ruimte bieden voor de interreligieuze dialoog van christenen, joden en islamieten, en het bevorderen van onderlinge ontmoetingen van Israëli’s, Joden en Arabieren, de nieuwe elementen zijn geworden. De voormalige jeugdherberg is daartoe nu ingericht tot een ‘Center for Learning and Dialogue’. 

Net als het land waarin het gelegen is, is Nes Ammim haar kindertijd ontgroeid. Hoe de verdere ontwikkeling zal zijn is nog een open vraag. De toekomst zal het leren. Maar net als het 70-jarige Israël is ook Nes Ammim na 55 jaar nog steeds een levende realiteit. Een plek, waar mensen van buiten een unieke gelegenheid hebben om kennis te maken met deze regio en om zichzelf te laten vormen. Een land wat vragen oproept en antwoorden geeft. Een land ook wat hunkert naar mensen ‘van buiten’ die hen helpen, en een spiegel voorhouden. Een land in een instabiele regio met veel geweld. Een wonderlijk land wat misschien wel geroepen is het beste van de drie grote monotheïstische religies samen te brengen in een nieuwe beweging van vrede en verzoening voor heel de mensheid.  Als Nes Ammim daar een steentje aan kan bijdragen, dan draagt het haar naam met ere.   

Ons verblijf te Nes Ammim van 13 sept. t/m 30 dec. 2018



3 Palestijn in Israël



Hij heet Taiseer Khatib. Hij is geboren in en bewoner van de oude stad van Akko. Taiseer is getrouwd en heeft drie kinderen in de basisschoolleeftijd. Taiseer is docent op verschillende hogescholen in Galilea. Hij studeerde sociologie en antropologie in Duitsland. Op dit moment is hij bezig met een doctoraalstudie aan de universiteit van Haifa. Een jonge en talentvolle Israëli van Palestijnse afkomst die de mogelijkheden en kansen die hij kreeg met beide handen aangreep.

Met een deel van de vrijwilligers van Nes Ammim ontmoeten wij Taiseer op maandag 22 oktober in Akko, waar hij ons zal rondleiden door ‘zijn’ stad om ons deelgenoot te maken van zijn gedachten en ideeën. Binnenkort zijn er gemeenteraadsverkiezingen en Taiseer heeft zich kandidaat gesteld als onafhankelijk lid van een politieke partij die opkomt voor de belangen van de plaatselijke bevolking. Met zijn partij verzet hij zich tegen de sluipende commercialisering en Judaïsering van het oude Akko.

Akko, gelegen aan de Middellandse Zee, was vanouds een vissersplaats met een voornamelijk islamitische bevolking. De oude kruisvaarders burcht getuigt nog van een tijd, dat vanuit christelijk Europa geprobeerd werd het Heilige Land met het zwaard voor Christus te winnen. In Akko woont nog een kleine Oosters-orthodoxe christelijke gemeenschap. Joden woonden er weinig en een begraafplaats hadden ze niet, omdat Akko volgen de Halacha (Joodse voorschriften) daarvoor geen geschikte plaats was. Vóór onze rondleiding met Yaiseer brachten we al een bezoek aan de Tunesische synagoge, de St George kerk en de Al Jazzar moskee. Ook bezochten we de tuinen en de tombe van Bahá’u’lláh, de stichter van het Bahai-geloof. Akko: een stad met vele geloven. De oude stad is tegenwoordig vooral een toeristische trekpleister.
 
Het thema van Taiseers rondleiding is de voortschrijdende commercialisering en Judaïsering van de oude stad, waarbij de oorspronkelijke Palestijnse bevolking en haar geschiedenis worden genegeerd en verzwegen. Tijdens zijn rondleiding laat hij ons een aantal gebouwen zien, die een belangrijke functie in het leven van de stad hadden, maar nadat ze waren opgekocht door Joodse projectontwikkelaars tot hotelaccommodaties zijn omgebouwd. Bewoners op strategische locaties worden met grote bedragen gelokt hun huis te verkopen, waarna er een Joodse vestiging komt. Typerend voor de ontkenning van alles wat Palestijns was, is de verandering van lang bestaande Arabische benamingen in nieuwe Joodse namen. Bij een oude gevangenismuur wijst hij ons op een bordje wat melding maakt van de heldhaftige bevrijding van 14 Joodse mensen tijdens de onafhankelijkheidsoorlog in 1948. Nergens wordt vermeldt wat deze oorlog voor de Palestijnse bewoners van Akko toen heeft betekend.

Taiseer zelf is  een vluchtelingenkind. Zijn vader vluchtte uit het dorp Miar en zijn moeder uit Manshieh. Beide dorpen zijn verwoest nadat ze waren veroverd. Zijn ouders kwamen in Akko terecht en bouwden daar een nieuw leven op. Hun kinderen wilden ze kansen geven die henzelf waren onthouden. Taiseer voelt zich nauw verbonden met wat zij ouders oeverkwam. Hij beschouwt het als zijn plicht om het verhaal en de geschiedenis van wat mensen toen is overkomen bekend te maken en in te brengen in de geschiedenis van Israël, omdat het daar deel van uitmaakt. Het is de andere kant van het verhaal over een thuis voor een eeuwenlang vervolgd volk. Voor de Palestijnse bevolking toen was het een ramp. ‘Nakba’ , catastrofe, noemen zij die eerste periode (1947-1949) uit de geschiedenis van de staat Israël.

Sinds de herfst van 2017 is Taiseer betrokken bij het Center of Learning & Dialogue (CLD) in Nes Ammim. Samen met zijn Joodse collega Ofer Lior wil hij het CLD ontwikkelen tot een plek waar jongeren van elkaar kunnen leren. Joodse en Palestijnse jongeren die elkaar in het dagelijks leven nauwelijks treffen, komen hier samen en worden met elkaar in gesprek gebracht. 
De Israëlische overheid wil vooral het Joodse geluid laten horen en beschouwt de Palestijnse aanwezigheid hoogstens als een probleem wat moet worden opgelost.  Maar Taiseer vindt dat ook hun verhaal bekend gemaakt moet worden. Het is een deel van hun gezamenlijke geschiedenis. Hij wil het gesprek daarover aangaan, om zo samen een nieuwe toekomst op te bouwen. 
Nes Ammim is een plek waar aan dat geluid ruimte wordt geboden, omdat het recht doet aan het principe van humaniteit, waarin menselijke gelijkwaardigheid, en rekening houden met elkaars belangen de basis vormen voor een gezonde en vreedzame samenleving. 
Religieus beschouwd is hierbij de eenheid van God in het geding. Gods eenheid die het principe is van zowel Jodendom, Christendom, als Islam. Moge die ene Geest onze geesten doordringen!



4 Nes Ammim, Israël, de wereld en wij

Onze langste tijd in Nes Ammim zit er op. Nog één maand en dan vliegen we weer naar huis.  Wat hebben we hier nu eigenlijk gedaan? Welke betekenis heeft Nes Ammim (nog), en wat heeft ons verblijf hier voor onszelf betekend?

Eerst nog maar eens over Nes Ammim.[1] Nes Ammim is een christelijke nederzetting in West-Galilea. Gesticht door bewogen en bevlogen mensen die hun solidariteit met de nieuwe Joodse bewoners  van het voormalige Britse mandaatgebied Palestina metterdaad gestalte wilden geven. In de beginjaren trokken er veel Nederlanders naartoe om er een aantal jaren vrijwillig aan de slag te gaan. Haar 55-jarig bestaan kon dit jaar worden gevierd. Maar de tijden zijn veranderd. Israël voerde verschillende oorlogen en breidde haar machtsgebied uit. Halverwege de jaren tachtig van de vorige eeuw begonnen de bewoners van de door Israël bezette gebieden zich te roeren. Een eerste en een tweede Intifada waren het gevolg. De Israëlische politiek van steeds meer nieuwe Joodse nederzettingen op Palestijnse grond ondervond  wereldwijd veel kritiek. De goodwill die Israël de eerste tientallen jaren van zijn bestaan had, brokkelde af. De vrijwilligersstroom stokte.

Dit jaar vierde Israël zijn zeventig jarig bestaan. Een feest voor alle Israëli’s is het niet geworden. Een groot deel van de bewoners beleeft de huidige staat van het land niet als iets om feest bij te vieren. Men is moe van alle geweld; de doden en gewonden die er vielen. Rust, veiligheid en een comfortabel bestaan is waar iedereen naar hunkert. Ondertussen is er de frustratie, de boosheid en de haat, de angst en de hoogmoed, maar bovenal het alomtegenwoordige IDF (Israeli Defence Forces). Is dit het hoogst haalbare op dit moment, en uiteindelijk misschien een ‘roadmap for peace’? Of wordt het de aanzet tot nieuwe uitbarstingen van geweld? Niemand die het weet. En Nes Ammim dan?
Na jaren van slechte financiële cijfers, wordt er sinds kort weer wat verdiend in Nes Ammim. Het hotel draait goed onder een nieuw management. De vooral jonge vrijwilligers (18-25 jaar) zijn daarbij de goedkope arbeidskrachten. Daarnaast kunnen zij deelnemen aan een leerprogramma bestaande uit ‘lectures’ (lessen) en ‘trips’ (uitstapjes). Behalve het hotel is er het CLD (Center for Learning and Dialogue). Hier lopen verschillende programma’s voor ontmoeting tussen de Joodse en de Arabisch sprekende Israëli’s. Voor het leerprogramma en het CLD is er een Duits predikantenechtpaar werkzaam in Nes Ammim. Zij zijn uitgezonden door een Duitse kerkelijke organisatie. De Protestantse Kerk in Nederland geeft jaarlijks een financiële bijdrage. Belangrijk is verder dat er om het oude Nes Ammim een ring woningen is gebouwd, waarin zich voornamelijk Joodse bewoners hebben gevestigd. De bedoeling was een mix van Joden en Palestijnen. De Joodse aanwezigheid en hun expansiezucht in dit land is hiermee ook in Nes Ammim bevestigd. Of Nes Ammim met haar idealen hierin zal standhouden is de grote vraag. 

Wat doe je als enkeling in een land met zulke grote en ingewikkelde vragen? Wij hebben hier straks drie en een halve maand geleefd en gewerkt. We zijn tijdelijk een deel geweest van een complexe samenleving. Niet anders dan in veel andere landen, maar toch bijzonder, omdat hier in korte tijd enorme veranderingen hebben plaatsgevonden. Een land waar wereldreligies hun ontstaan duiden. Een plek waar miljarden mensen bijzondere waarde aan hechten. Een plek van ‘Liefde en Duisternis’[2]. In dit land en op deze plek (Nes Ammim) hebben we veel nieuwe mensen ontmoet en met hen samengewerkt. Jongeren op zoek naar hun plaats in onze bonte wereld. Oud ‘Nes Ammimers’, die hier soms vele jaren doorbrachten. Israëli’s met een Joodse of Arabische achtergrond. Hier hebben we plaatsen bezocht met namen die in de Bijbel al voorkomen. Hier waren we even uit ons vertrouwde wereldje, maar toch niet helemaal. Nes Ammim is een beetje Nederland in het buitenland. Dat dit kon en dat we dit allemaal mochten meemaken stemt ons dankbaar. We waren er, en hopen dat we iets voor de mensen hier hebben mogen betekenen. Dat ze aan ons hebben gemerkt dat liefde met licht te maken heeft, met aandacht en betrokkenheid. Dat duisternis moet wijken waar het licht verschijnt, zoals de rabbi in de lecture over Chanoeka ons vertelde. Hier vieren we deze week het Chanoekafeest. In Nederland beginnen de weken van Advent. Het Licht is komende in een wereld vol duisternis. Wij geloven in de toekomst van het licht. Dat we zelf lichtdragers zijn.  En dat hopen we ook straks weer te laten zien als we terug zijn in ons dan donkere kikkerlandje.
We wensen jullie allemaal goede en gezegende feestdagen.
Annemarie en Coos


      
hier werkend in het hotel.

 
[1] zie hiervoor ook het tweede verslag
[2] titel van een boek van de Israëlische schrijver Amos Oz

terug
 
 

Fryske tsinst
datum en tijdstip 16-12-2018 om 9.30 uur
meer details

Diaconie
datum en tijdstip 18-12-2018 om 20.00 uur
meer details

Beheer
datum en tijdstip 20-12-2018 om 19.45 uur
meer details

 
 
Protestantsekerk.net is een samenwerking tussen de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland en Human Content Mediaproducties B.V.